Elke maand sturen we onze studenten een verhaal uit de yogatraditie, met wat het betekent voor de dagelijkse practice. Hier vind je alle eerdere nieuwsbrieven terug.
Een zenverhaal over verleden, toekomst en dit moment, en wat het ons leert over pauzes tijdens de practice.
Het verhaal
Er was eens een man die door een veld liep. Toen hij achteromkeek, zag hij een tijger.
De man vluchtte, met de tijger achter zich aan. Hij rende tot hij bij de rand van een afgrond kwam. Daar greep hij de wortel van een wilde rank en liet zich over de rand zakken.
Boven hem stond de tijger aan de rand te grommen. Trillend keek de man naar beneden. Diep onder hem stond een tweede tijger, rustig wachtend tot hij zou vallen. Alleen de rank hield hem nog. Twee muizen, een witte en een zwarte, begonnen beetje bij beetje aan de rank te knagen.
Toen zag de man vlak naast zich een wilde aardbei. Met één hand hield hij de rank vast, met de andere plukte hij de aardbei. Wat smaakte die zoet.
Hier eindigt dit zenverhaal. We weten niet wat er daarna gebeurt, en toch is het een verhaal met een diepe betekenis.
De tijgers kunnen we zien als het verleden en de toekomst. Naar de ene blijven we omkijken, voor de andere zijn we bang. De witte en de zwarte muis staan voor dag en nacht. Ze knagen door, of wij nu naar de tijgers kijken of niet, en hoe lang de rank het nog houdt, weten we niet.
Het verhaal laat ons zien dat het verleden en de toekomst alleen in ons hoofd bestaan. Het enige wat echt is, is dit moment.
Het lijden voorkomen
Veel van wat een houding zwaar maakt, zit al in de verwachting ervan. Omdat we verwachten dat een houding ons mentaal, fysiek of emotioneel gaat uitdagen, zetten we het lichaam al in een stressstand voordat we eraan beginnen.
Ook het verleden kan dat doen. Een situatie die ons herinnert aan iets stressvols van vroeger, kan de stress weer laten opkomen, terwijl die situatie van toen niets met vandaag te maken heeft.
Patanjali schrijft in de Yoga Sutra's: heyam duhkham anagatam. Het lijden dat nog niet gekomen is, kunnen we voorkomen.
Dit voorkomen we door tijdens de practice in de flow van de vinyasa te blijven en niet zomaar te stoppen. Want als we pauzes nemen, geven we de tijgers juist de ruimte.
Voelt een houding zwaar, zoals Navasana of een backbend? Vertrouw er dan op dat je het kunt. Vecht niet, maar maak je lichaam zo dat de adem alle ruimte krijgt om diep en vrij te stromen. Zodra je adem rustig wordt, verdwijnt de angst vanzelf.
In het begin kan dat moeilijk zijn, zeker als we de volgorde nog niet kennen, maar met regelmaat wordt het steeds makkelijker.
De tijgers laten zich niet alleen zien bij de zware houdingen. Ook tijdens de vinyasa zijn ze er, vaak zonder dat we het doorhebben. Soms zijn we halverwege de adem al met een voet of arm in de volgende houding. We kunnen niet tegelijkertijd hier zijn en ergens anders. Alleen in dit moment kunnen we de aardbei proeven.
De aardbei in onze yoga practice
In onze Ashtanga practice gebruiken we tristhana als middel om de aardbei te proeven. Normaal trekken onze zintuigen onze aandacht mee naar alles wat er om ons heen gebeurt. Maar door onze aandacht te richten op onze adem, ons lichaam en ons kijkpunt, verankeren we onze zintuigen in het huidige moment. Patanjali noemde dit pratyahara en dharana.
Als we deze focus tijdens de practice een tijdje vasthouden, komen we vanzelf in een soort flow terug en kan de practice voelen als een bewegende meditatie.
Ashtanga heeft een specifieke choreografie, en dat is van grote waarde. Daardoor kunnen we direct zien wanneer de geest afdwaalt, en wanneer hij weer terug is in het moment.
Als je tijdens de practice opmerkt dat je even een pauze neemt, denk dan terug aan dit verhaal. Stop je omdat je met je aandacht bij de tijgers bent? Kom dan direct terug naar de adem, proef de aardbei en ga door.
September 2026
Sona en zijn vina
Over balans in de yoga practice. Wanneer is er te veel inspanning, en wanneer juist te weinig? En hoe vinden we het punt daartussen, waar kracht en ontspanning samen kunnen bestaan?
Het verhaal
In de tijd van de Boeddha leefde er een jonge monnik genaamd Sona. Voordat hij zijn spirituele pad koos, was hij een uitzonderlijk getalenteerd muzikant die de vina bespeelde, een klassiek oosters snaarinstrument. Sona was extreem gedreven, maar dacht dat meedogenloze, extreme inspanning de enige sleutel tot succes was.
Hij weigerde te rusten en pushte zichzelf tijdens zijn meditatie zo ver over zijn grenzen heen, dat de zolen van zijn voeten openbraken en bloedden. In plaats van innerlijke rust bracht deze intense spanning hem alleen maar uitputting en mentale onrust.
De Boeddha merkte Sona's crisis op, zocht hem op en vroeg: "Sona, toen je nog muzikant was, wat gebeurde er als de snaren van je vina heel strak stonden aangespannen? Kwam er dan mooie muziek uit?"
"Nee, heer," antwoordde Sona. "Als de snaren te strak staan, klinkt het geluid schril, zijn ze veel te stijf en breken ze zodra je ze aanraakt."
"En wat gebeurde er als de snaren juist heel los en slap hingen?"
"Dan zit er geen energie in. Ze trillen niet en maken helemaal geen geluid."
"Betekent dit," vroeg de Boeddha tot slot, "dat je instrument wel de meest prachtige muziek voortbracht wanneer de snaren precies goed gestemd waren? Niet te strak en niet te los, maar precies in het midden?"
"Ja, heer," antwoordde Sona.
De Boeddha knikte. "Precies zo is het met jouw practice, Sona. Te felle inspanning leidt tot rusteloosheid, terwijl te slappe inspanning leidt tot luiheid. Bewaar daarom de balans in je energie, stem je spirituele vermogens daarop af, en richt je dán op je doel."
Sona begreep het direct. Hij stopte met het behandelen van zijn spirituele pad als een agressieve prestatieslag en leerde om zijn inspanning dagelijks met geduld en balans af te stemmen.
De Middenweg in Ashtanga Yoga
Binnen de filosofie van Patanjali is de mat de dagelijkse proeftuin voor precies deze balans. Patanjali omschrijft de ideale asana met de woorden Sthira Sukham Asanam. Dit betekent dat een houding pas werkelijk in balans is wanneer twee kwaliteiten tegelijkertijd aanwezig zijn.
SthiraDe stabiliteit, de kracht en de structuur. Zonder sthira stort een houding in.
SukhaHet gemak, de zachtheid en de ontspanning. Zonder sukha blokkeert de energie, word je rigide en merk je dat de ademhaling stokt.
Wanneer de prestatiedrang het overneemt op de mat, verschuift de focus puur naar sthira. Je gaat forceren, zet ongemerkt je adem vast en gaat over je grenzen heen. Maar als je te laks wordt en wegzakt in te veel sukha, verdwijnt de actieve focus en de energie uit de practice. De kunst is om de kracht te vinden waarin je kunt ontspannen.
Dit samenspel tussen kracht en zachtheid ervaar je heel concreet wanneer de basiselementen van de practice samenkomen. Wanneer de bandha's, de houding, de adem, vinyasa en drishti precies op elkaar zijn afgestemd, verdwijnt de fysieke weerstand en wordt de practice een vloeiende, moeiteloze meditatie in beweging.
Balans op je yogamat
De Ashtanga practice is er uiteindelijk niet om iets te bewijzen, maar om je lichaam en geest te stemmen. Daarom stappen we de mat op als muzikanten, in plaats van als atleten die een prestatie moeten leveren.
Augustus 2026
Het karnen van de oceaan
Aan de hand van dit verhaal kijken we naar de drie guna's, tamas, rajas en sattva, en hoe we ze herkennen tijdens de yoga practice.
Het verhaal
De goden waren hun kracht kwijt. Die kracht hadden ze nodig om de kosmos in evenwicht te houden, en zonder kracht begon de kosmos te kantelen. Er zat maar één ding op: naar Vishnu gaan en hulp vragen.
Wat Vishnu voorstelde, had niemand verwacht.
"Ga naar de asura's. Vraag jullie vijanden om hulp. Samen kunnen jullie de oceaan van melk karnen, heen en weer bewegen zoals je room karnt tot boter, en op de bodem van die oceaan ligt amrita, de nectar die onsterfelijk maakt."
Goden en demonen hadden elkaar eeuwenlang bevochten. Toch gingen ze samen aan het werk. Ze tilden de berg Mandara de oceaan in, als karnstok. Ze wikkelden de reuzenslang Vasuki eromheen, als touw. De deva's grepen de ene kant vast, de asura's de andere, en ze begonnen te trekken.
De oceaan kwam in beweging. Eerst traag, toen sneller. Uren gingen voorbij, dagen, misschien jaren. Het water begon te koken en te schuimen, en diep onder de golven schoof iets los dat er al die tijd had gelegen.
Het eerste dat naar boven kwam, was geen nectar.
Het was gif. Halahala, zo giftig dat de damp ervan de lucht al deed verschroeien. Binnen een paar tellen wisten alle goden en demonen: als dit zich verspreidt, is er straks niets meer om over te heersen. Ze lieten het touw los en vluchtten.
Op dat moment kwam Shiva.
Hij liep naar het gif toe, schepte het in zijn handen en dronk het op. Zijn vrouw Parvati greep meteen zijn keel vast en hield hem stevig vast, zodat het gif niet verder naar beneden kon zakken. Het bleef steken in zijn keel, en die keel kleurde blauw. Vanaf die dag droeg Shiva een nieuwe naam: Nilakantha, de blauwkeelige.
Pas toen het gif verwerkt was, kon het karnen verder. En nu kwamen er wel schatten naar boven. Eerst Kamadhenu, de koe die elke wens vervult. Dan Airavata, de witte olifant van Indra. Lakshmi, godin van voorspoed, steeg op uit het schuim. Daarna de maan, en armenvol edelstenen.
Helemaal aan het einde, toen bijna niemand meer geloofde dat er meer zou komen, verscheen Dhanvantari, god van de geneeskunde, met de gouden beker amrita in zijn handen.
Zodra de asura's de nectar zagen, wilden ze hem meteen voor zichzelf. Het touw werd losgelaten, de wapens kwamen tevoorschijn, en de strijd om de nectar dreigde alles te overschaduwen wat ervoor gebeurd was.
Toen veranderde Vishnu zichzelf in Mohini, een vrouw van zo'n verblindende schoonheid dat de asura's alles om haar heen vergaten. Ze vroegen haar de nectar te verdelen. Mohini nam de beker aan, en gaf hem, druppel voor druppel, alleen aan de deva's. Tegen de tijd dat de asura's doorhadden wat er gebeurde, was de nectar al op.
Het evenwicht was hersteld.
De oceaan en de practice
De oceaan staat voor de geest, en het karnen staat voor de practice.
Wie begint met yoga verwacht vaak rust of geluk. Wat eerst naar boven komt is meestal iets anders. Onrust. Vermoeidheid. Angst. Alles wat jarenlang op de bodem lag.
Hierin herkennen we de guna's, de drie eigenschappen uit de Samkhya-filosofie.
TamasHet gif: zwaarte, weerstand, alles wat het bewustzijn verduistert.
RajasHet trekken aan het touw: verlangen, ambitie, de drang om iets te bereiken.
SattvaDe schatten die langzaam verschijnen: helderheid, wijsheid, en uiteindelijk de nectar.
Het verhaal oordeelt niet over deze eigenschappen. Zonder rajas wordt de oceaan nooit gekarnd. Zonder het gif onder ogen te komen, verschijnen de schatten niet. Zelfs na de nectar is er weer gehechtheid en strijd.
De guna's op de mat
Tamas herkennen we op de mat als zwaarte, tegenzin, de neiging om niet te beginnen. We duwen dat niet weg. We merken het op, en bewegen toch.
Rajas herkennen we in de drang om verder te gaan dan het lichaam die dag toelaat, in vergelijken, in ongeduld. Daar helpt het de adem te laten bepalen wat mogelijk is, niet de ambitie.
Sattva komt niet vanzelf. Het volgt uit de weerstand die we eerst onder ogen zien en uit de inspanning die daarna nodig is. Helderheid komt aan het einde van dat proces.
De eerste maanden, soms jaren, van een practice voelen vaak rommeliger dan ervoor. Oude patronen en emoties komen los. Dat betekent niet dat de practice niet werkt. Het betekent dat de oceaan in beweging is gekomen.
Juli 2026
De boer die bleef ploegen
Over abhyasa: de onafgebroken inspanning om stabiliteit te vinden in je practice. Waarom het onderhouden van je practice telt, ook als de shala even dicht is. Met praktische tips voor warme dagen op de mat.
Het verhaal
Op een dag werd Indra, de god van de regen en de hemel, boos op de mensheid. Hij besloot de aarde te straffen en kondigde aan: "De komende twaalf jaar zal er geen druppel regen vallen. Zonder regen kunnen jullie niet oogsten, en zal jullie landbouw stilstaan."
De boeren waren diep bedroefd. Ze borgen hun gereedschap op en trokken zich moedeloos terug. Het had immers geen zin om te werken als er toch geen resultaat zou zijn.
Maar in één klein dorpje was er een boer die elke ochtend, nog voor de zon opkwam, naar zijn gortdroge land liep. Onder de brandende zon trok hij zijn ploeg door de harde, gebarsten aarde. Dag in, dag uit, week na week.
Na een paar maanden vloog Indra over de aarde en zag de boer zwoegen in het stof. Indra daalde neer en vroeg verbaasd: "Beste man, weet je dan niet dat ik de regen voor twaalf jaar heb stopgezet? Waarom verspil je je energie op dit droge land? Er zal toch niets groeien."
De boer veegde het zweet van zijn voorhoofd, keek Indra aan en zei rustig: "Natuurlijk weet ik dat, heer. Maar ik ploeg niet voor de oogst van morgen. Ik ploeg omdat ik bang ben dat als ik twaalf jaar lang niets doe, mijn lichaam het harde werk zal verleren. Mijn spieren zullen stijf worden, mijn ploeg zal roesten, en ik zal vergeten hoe ik het land moet bewerken. Ik oefen vandaag, zodat ik klaar ben voor de dag dat de regen wel weer valt."
Toen Indra dit hoorde, schrok hij. Hij dacht bij zichzelf: "De boer heeft gelijk. Als ik twaalf jaar lang geen regen geef, vergeet ik misschien zelf wel hoe ik wolken moet maken en moet laten regenen."
Geïnspireerd door de toewijding van de boer opende Indra direct de hemelsluizen en liet het regenen. Het land van deze boer was direct klaar om het water op te nemen en bloeide meteen op, terwijl de buren haastig op zoek moesten naar hun verroeste gereedschap.
Abhyasa
In de yogafilosofie noemen we de toewijding van de boer abhyasa: een beoefening die stabiel wordt omdat je haar gedurende lange tijd en zonder onderbreking blijft doen. De boer herinnert ons eraan dat de practice niet stopt zodra je de shala verlaat. De practice is van jou, niet van de studio of de docent.
In de zomer reist iedereen op verschillende momenten, en mis je waarschijnlijk een paar weken de vertrouwde structuur van de lessen in de studio. Juist in die weken dat je weg bent en de routine wegvalt, is het verleidelijk om de mat opgerold te laten.
Het helpt om juist dan vast te houden aan regelmaat, bij voorkeur op je vaste dagen en tijden. Natuurlijk hoeft de practice op reis of thuis niet altijd volledig te zijn. Je kunt de mat uitrollen voor je volledige, vertrouwde practice als de ruimte en energie er zijn. Maar als de omstandigheden dat een keer niet toelaten, pas je practice dan aan. Een kortere practice met in ieder geval een paar gerichte zonnegroeten en de drie zittende finishing poses is ook goed.
Waar het om gaat is dat je met regelmaat oefent en dat je tijdens de practice onafgebroken je aandacht houdt op tristhana (adem, houding en drishti), net zoals je dat ook in de shala doet.
Door met regelmaat en aandacht te blijven practicen, blijft de drempel om op de mat te stappen laag. Wanneer je na je vakantie de shala dan weer binnenstapt, hoef je mentaal niet helemaal vanaf nul te beginnen. De gewoonte, de discipline en de verbinding met je adem zijn nooit echt onderbroken geweest. Je gereedschap is niet verroest.
Tips voor hete dagen
Practice niet buiten in de zon. Zweten door de practice is goed en helpt het lichaam te reinigen. Het zweet dat ontstaat door de warmte van de zon is echter anders. Dit put je energie uit in plaats van dat het je systeem zuivert.
Voeg elektrolyten toe. Als je veel zweet op warme dagen en merkt dat je lichaam meer water nodig heeft, kan het lastig zijn om liters weg te drinken. Een snufje elektrolyten in je water helpt om je zouten aan te vullen, waardoor je lichaam het vocht beter vasthoudt.
Neem een (wekelijks) oliebad. Als je meerdere keren per week een pittige Ashtanga practice doet, is het raadzaam om af en toe een oliebad te nemen. Masseer je hele lichaam van top tot teen in met olie. Kokosolie werkt in de zomer van nature verkoelend en trekt snel in, dus die kun je eventueel laten zitten. Kies je voor sesamolie of de dieper koelende castorolie, laat dit dan even intrekken en was het daarna van je af. Dit gaat het beste met een milde scrub, baking soda gemengd met water, of zeepnootpoeder. Olie balanceert de interne hitte en brengt het zenuwstelsel tot rust.
Juni 2026
De maan en de practice
Over maan-dagen, menstruatie en de vraag waarom we in de Ashtanga-traditie op bepaalde dagen niet op de mat stappen.
Maan-dagen
Mensen zijn onderdeel van de natuur. Boeren, vissers en jagers wisten dat al eeuwenlang. Ze pasten hun werk aan op de cyclus van de zon en de maan. Wanneer ze netten uitwierpen, zaden plantten, vallen zetten.
Boeren plantten bovengrondse gewassen tijdens de wassende maan en wortelgroenten tijdens de afnemende. Vissers kozen de volle maan en nieuwe maan als beste vistijd, omdat de getijden dan het sterkst zijn en vissen het actiefst. De maan bepaalde het ritme van het land en het water.
Dezelfde krachten die de getijden bewegen, bewegen door ons heen. Ons lichaam bestaat voor een groot deel uit water, en de maan beïnvloedt dat water net zoals het de oceaan beïnvloedt.
Sommige mensen voelen dat duidelijk. Een onrustige nacht, meer of minder energie dan normaal. Anderen merken er nauwelijks iets van. Maar het lichaam reageert, of we ons daarvan bewust zijn of niet.
In de Ashtanga-traditie worden maan-dagen daarom niet als gunstig beschouwd voor de practice. Door op deze dagen te stoppen, dwingen we onszelf bewust te worden van de maancyclus en onze verbinding met de natuur. Deze rustdag is dus onderdeel van de practice en staat er niet los van.
In de dagen voor de volle maan neemt het vochtgehalte in het lichaam toe. Er is meer energie, maar ook meer prikkelbaarheid. Intensief oefenen versterkt dat alleen maar.
In de dagen voor nieuwe maan daalt het vochtgehalte juist. De gewrichten zijn droger, er is minder energie, en de kans op blessures neemt toe.
Menstruatie
Voor de meeste vrouwen valt de menstruatie of ovulatie samen met de volle of nieuwe maan.
Tijdens de menstruatie verandert er van alles in het lichaam en in het hoofd. Het bloed moet vrijelijk kunnen stromen. Dat is een natuurlijk reinigingsproces, en het is verstandig dat niet te verstoren met intensieve asana's of andere zware lichamelijke of mentale inspanning.
Pattabhi Jois adviseerde vrouwen de eerste drie dagen van de menstruatie rust te nemen. Sommige vrouwen voelen zich juist sterk tijdens hun periode, anderen merken dat de houdingen krampen verlichten. Daarom blijven velen oefenen.
Pattabhi Jois erkende dat dit tijdelijk verlichting kan geven, maar benadrukte dat het de interne reiniging niet ten goede komt. En dat interne reinigingsproces heeft blijvende effecten op zowel lichaam als geest.
De neerwaartse bloedstroom maakt gebruik van apana-energie, de energie die van nature naar beneden en naar buiten beweegt. De bandha's activeren terwijl die stroom gaande is, werkt daartegen in. Letterlijk tegen de stroom in. Dat verstoort het evenwicht in het lichaam.
Door in die dagen rust te nemen van de asana's, reguleer je de cyclus, geef je de vrouwelijke voortplantingsorganen de ruimte om te herstellen en herstel je het evenwicht in lichaam en geest.
Voor deze tekst is gebruikgemaakt van informatie uit Ashtanga Yoga: The Yoga Tradition of Sri K. Pattabhi Jois van Petri Räisänen en Astanga Yoga As It Is van Matthew Sweeney.
Mei 2026
Arjuna en het oog van de vogel
Een verhaal uit de Mahabharata over éénpuntige aandacht, en hoe we die oefenen met tristhana: adem, asana en drishti.
Het verhaal
Dronacharya, de leraar van de koninklijke Pandava- en Kauravaprinsen, wilde hun boogschietvaardigheden testen. Hij plaatste een kleine, kunstmatige houten vogel op de tak van een boom in de verte. Hij gaf al zijn leerlingen de opdracht om hun bogen op het oog van de vogel te richten, maar ze mochten pas schieten als hij het bevel gaf.
Drona riep zijn leerlingen één voor één naar voren om hun positie in te nemen. Voordat hij hen liet schieten, stelde hij hen dezelfde vraag: "Wat zie je?"
Yudhisthira, de oudste Pandava, antwoordde dat hij de boom zag, de vogel, de vruchten, de bladeren en de omgeving. Duryodhana zag de boom, de vogel en de lucht. De andere prinsen noemden takken, vruchten, toeschouwers, elk iets anders, elk meer dan één ding.
Drona stuurde hen allemaal weg. Hij liet niemand schieten.
Toen was het de beurt aan Arjuna. Hij nam positie in, richtte zijn boog en kreeg dezelfde vraag voorgelegd: "Wat zie je?"
"Ik zie alleen het oog van de vogel." "Zie je de boom?" "Nee, Gurudev." "Zie je mij, of je broers?" "Nee, ik zie alleen het oog van de vogel." "Weet je zeker dat je niets anders ziet?" "Ja, meneer. Ik zie alleen het oog en anders niets." "Schiet."
Arjuna liet de pijl onmiddellijk los. Deze vloog kaarsrecht en raakte het oog van de vogel perfect, waardoor de kop van de houten vogel werd afgehakt en op de grond viel.
Arjuna's aandacht was zo volledig op één punt gericht dat al het andere buiten zijn bewustzijn viel. Het oog van de vogel was zo aanwezig dat er geen ruimte overbleef voor iets anders.
Hoe beoefenen we deze éénpuntigheid in Ashtanga Yoga?
In Ashtanga Yoga leren we te focussen op tristhana: adem, asana en drishti.
De adem is een vrije adem met geluid. De adem is de eerlijkste graadmeter van de drie: de drishti kunnen we houden terwijl we innerlijk gespannen zijn, de bandha's kunnen we forceren, maar de adem liegt bijna nooit. De kwaliteit van het geluid, de lengte en de gelijkmatigheid vertellen ons meer over de werkelijke toestand van de houding dan de houding zelf. De adem is ook de directe verbinding tussen lichaam en geest. Als de adem rustig is, kalmeert de geest. Als de adem geforceerd is of vastgehouden wordt, raakt de geest onrustig. Een vrije, regelmatige adem houdt het parasympathisch zenuwstelsel actief, wat het lichaam kalm houdt en herstel mogelijk maakt.
De asana. De adem kan alleen vrij bewegen als het lichaam meewerkt. Asana vraagt zowel ontspanning als activering: ontspanning zodat de adem ruimte heeft om vrij te bewegen, en activering van de juiste spieren en bandha's zodat het lichaam stabiel blijft en sterker wordt. Als we ons lichaam niet kunnen beheersen, kunnen we ook onze adem niet beheersen.
De drishti. Onze zintuigen zoeken constant naar prikkels. In de shala kan alles om ons heen gedachten oproepen, herinneringen of fantasieën. Patanjali noemt dit vritti's: bewegingen van de geest die ons weghalen van wat er werkelijk is. In Ashtanga zijn er negen vaste drishti-punten, elk gekoppeld aan een specifieke asana: de neuspunt, het derde oog, de navel, de hand, de duimen, de tenen, omhoog, en links en rechts over de schouder. De blik heeft geen keuze meer te maken, elk punt is voorgeschreven. Maar ook als we over onze schouder kijken, is het niet de bedoeling dat we de buurvrouw volgen. De blik is zacht, niet gefocust. Als dat lukt, gebeurt er iets wat Patanjali pratyahara noemt: de zintuigen trekken zich vanzelf terug naar binnen. De aandacht is volledig bij de practice en er blijft geen ruimte over voor de buitenwereld.
Als ons lichaam onrustig is, verstoort dat de adem. Als onze adem verstoord is, trekt dat de geest mee. En als onze blik gaat dwalen, geeft dat het zenuwstelsel meer te verwerken, wat de adem beïnvloedt. Een regelmatige adem verlaagt de spierspanning in ons lichaam. Een stabiele blik ontlast het zenuwstelsel, waardoor onze adem vanzelf regelmatiger wordt. Ze houden elkaar in stand.
Wanneer deze drie samenkomen, ontstaat ekagrata (éénpuntigheid). We zijn dan niet meer bezig met de buitenwereld, maar volledig versmolten met de handeling zelf.
April 2026
De twee vogels in de boom
Wat betekent vairagya, ongehechtheid, en wat heeft dat met onze yoga practice te maken?
In april staan we stil bij vairagya, ongehechtheid. Het is een van de centrale begrippen uit de Yoga Sutra's van Patanjali, en tegelijk een van de meest misverstane. Ongehechtheid wordt vaak gezien als afstand of onverschilligheid, maar dat is niet wat ermee bedoeld wordt.
Het doel van yoga is het tot rust brengen van de geest. Daarvoor beschrijft Patanjali twee kwaliteiten: abhyasa, de bewuste oefening om de geest stil en stabiel te krijgen, en vairagya, het loslaten van gehechtheid aan verlangens en resultaten.
We hebben ze beide nodig. Zonder abhyasa blijft de geest rusteloos en reactief, en zonder vairagya wordt hij meegesleurd door verlangens, afkeer, verwachting of oordeel, en kan hij niet rusten in helderheid of vrijheid.
Vairagya betekent dat we leren kijken naar wat er in ons lichaam en onze geest gebeurt zonder erdoor bepaald te worden. Gedachten, emoties en fysieke sensaties blijven komen en gaan. Het maakt niet zozeer uit wat er verschijnt, maar hoe we ons ertoe verhouden. We hebben ze, maar we zijn ze niet.
Het verhaal
In de Mundaka Upanishad wordt verteld over twee vogels die onafscheidelijk van elkaar in dezelfde boom wonen, rustend op dezelfde tak. Ze zitten zij aan zij, maar ze gaan volkomen anders om met wat ze tegenkomen.
De eerste vogel is voortdurend in beweging. Hij springt onrustig van de ene tak naar de andere, op zoek naar de vruchten van de boom. Wanneer hij een zoete vrucht vindt, is hij dolgelukkig. Maar de boom draagt ook bittere vruchten. Zodra hij daarvan proeft, raakt hij gefrustreerd en neerslachtig. Zijn hele gemoedstoestand wordt bepaald door de smaak van de vrucht die hij op dat moment in zijn snavel heeft. Hij zit gevangen in een constante reactie op wat er om hem heen gebeurt.
De tweede vogel zit volkomen stil. Hij eet niet van de vruchten. Hij kijkt alleen maar toe. Met een blik vol kalmte observeert hij zijn drukke metgezel. Hij oordeelt niet over de bittere vruchten en raakt niet opgewonden van de zoete. Hij is de stille getuige, in het Sanskriet: sakshi. Hij bevindt zich in dezelfde boom, maar hij is vrij.
In de klassieke uitleg van deze tekst staat de eerste vogel voor jiva, de individuele ziel in haar gebonden staat, dat wil zeggen: de ziel die zich vereenzelvigd heeft met ons lichaam, de geest en de zintuigen. De tweede vogel staat voor atman, de stille aanwezigheid in ons die alles waarneemt, maar die altijd vrij en onaangetast blijft door de zoete of bittere vruchten van het leven.
De twee vogels wonen allebei in ons. Vairagya is de oefening om steeds vaker vanuit de tweede te kijken.
Vairagya in onze yoga practice
De reactieve geest heeft een duidelijke voorkeur. Wat prettig is trekt aan, wat moeite kost wordt vermeden. Op de mat is dat direct zichtbaar. Er is altijd wel een reden om niet te gaan of om minder te doen. Als we daar elke dag opnieuw naar luisteren, wordt die stem leidend.
In Ashtanga yoga bepalen we van tevoren op welke dagen we oefenen en hoe ver we in de reeks gaan. Op die manier hoeven we de keuze niet te maken op een moment van weerstand.
De intentie waarmee we vervolgens oefenen telt. Als we op de mat stappen met de duidelijke keuze om te werken met tristhana (adem, drishti en houding met bandha's), brengen we de aandacht naar binnen, helpen we het lichaam geleidelijk op te warmen en voorkomen we dat we gestuurd worden door impulsen of ambities.
Vairagya in de practice betekent dat we volledig deelnemen aan wat we doen, zonder afhankelijk te worden van het resultaat. We verschijnen, doen ons ding en laten los hoe het zou moeten gaan.
Wat we op de mat oefenen, nemen we mee de wereld in. Als we leren om niet uit het veld geslagen te worden door een zware ochtend, maar ook om niet meegesleurd te worden door een goede, groeit er iets wat verder reikt dan de practice zelf. We worden minder de speelbal van wat er op ons afkomt. Dat is wat vairagya uiteindelijk betekent: de vrijheid voorbij verlangen en afkeer.
Maart 2026
De acht ledematen
Wat Ashtanga Yoga eigenlijk betekent: het achtvoudige systeem van Patanjali, het beeld van een boom, en hoe Pattabhi Jois het in de praktijk bracht.
In elke practice die je over een langere tijd doet heb je te maken met fases. Er zijn periodes waarin het lichaam sterk aanvoelt en de geest helder is, en er zijn periodes waarin de practice zwaarder voelt of minder toegankelijk is. In de Yoga Sutra's beschrijft Patanjali dat de geest van nature beweeglijk is. Zolang die beweeglijkheid niet tot rust is gebracht, verandert ook onze ervaring van de practice.
Op momenten dat de practice zwaarder aanvoelt, kan het helpen om een stap terug te doen en stil te staan bij het grotere geheel achter onze dagelijkse practice.
In deze nieuwsbrief staan we stil bij wat Ashtanga Yoga betekent. De term verwijst naar het achtvoudige systeem dat Patanjali beschrijft in de Yoga Sutra's. Eerst zetten we deze acht ledematen uiteen. Daarna gebruiken we de metafoor van een boom om te laten zien hoe ze samen één geheel vormen. Tot slot kijken we hoe K. Pattabhi Jois dit systeem toepaste binnen de Ashtanga Yoga methode zoals wij die vandaag beoefenen.
De acht ledematen volgens Patanjali
In de Yoga Sutra's beschrijft Patanjali Ashtanga Yoga, waarbij ashta acht betekent en anga ledemaat.
YamaEthische richtlijnen: geweldloosheid, waarachtigheid, niet stelen, matigheid, niet hechten.
NiyamaPersoonlijke observaties: zuiverheid, tevredenheid, discipline, zelfstudie, toewijding aan iets dat groter is dan het persoonlijke ego.
AsanaEen stabiele en comfortabele houding.
PranayamaRegulatie van de adem.
PratyaharaHet terugtrekken van de zintuigen.
DharanaConcentratie.
DhyanaMeditatie.
SamadhiAbsorptie.
Yama reguleert hoe we handelen in de wereld. Deze richtlijnen brengen helderheid en verantwoordelijkheid in ons gedrag en in onze relaties.
Niyama reguleert onze innerlijke houding. Deze observaties ontwikkelen verantwoordelijkheid, reflectie, discipline en nederigheid binnen de practice. De vijfde niyama, ishvara pranidhana, betekent in de praktijk dat we ons handelen niet langer sturen vanuit persoonlijke ambitie, maar toewijden aan iets dat dat overstijgt.
De acht ledematen als een boom
Om te begrijpen hoe deze ledematen zich tot elkaar verhouden, helpt het beeld van een boom.
Van de wortels tot de vrucht: hoe de acht ledematen samen één boom vormen.
De wortels van die boom zijn de yama's en niyama's. Zij zijn het begin van alles, onzichtbaar, maar de bron waaruit de hele boom zijn kracht trekt.
Vanuit die wortels rijst de stam op. Hij geeft de boom zijn stevigheid en vorm, de zichtbare structuur waarop alles rust. Door de dagelijkse beoefening van asana wordt het lichaam die stam. Stabiel genoeg om te dragen wat eruit groeit.
Door stam en takken stroomt het sap. Dit is de adem, pranayama. Wanneer de adem onregelmatig is, raakt het hele systeem uit balans. Wanneer hij gelijkmatig stroomt, circuleert alles wat de boom nodig heeft vrijelijk door het geheel.
Naarmate de boom sterker wordt, verdikt de schors. De binnenste lagen raken minder blootgesteld aan wat van buiten komt. De zintuigen, die voortdurend naar buiten werden getrokken, beginnen te kalmeren. Dit is pratyahara, het terugtrekken van de aandacht naar binnen.
Uit de stam groeien de takken, elk in een gerichte lijn, bewust reikend naar het licht. Dit is dharana, concentratie. De geest die niet langer afdwaalt, maar met intentie beweegt naar één punt.
Op die takken openen de bladeren zich, voortdurend in contact met het licht. Dit is dhyana, meditatie. Aandacht die niet langer wordt onderbroken, maar stroomt.
En wanneer het hele systeem gezond is, wanneer wortels, stam, sap, schors, takken en bladeren samenwerken, draagt de boom vrucht. De vrucht verschijnt wanneer de omstandigheden compleet zijn. Samadhi is die vrucht.
Patanjali vergeleek de geest in samadhi met een zuiver kristal. Een kristal heeft geen eigen kleur. Het weerspiegelt eenvoudig wat zich in de buurt bevindt, met volledige helderheid.
De practice creëert die helderheid niet, ze was er altijd al. De vrucht onthult wat altijd al in het zaad aanwezig was.
Pattabhi Jois en de praktische toepassing
K. Pattabhi Jois is de grondlegger van de Ashtanga Yoga methode zoals wij die vandaag beoefenen. Waar Patanjali het systeem beschreef, ontwikkelde Pattabhi Jois een praktische methode om het te beoefenen.
Pattabhi Jois zei dat het onmogelijk is de yama's en niyama's werkelijk te beoefenen wanneer het lichaam en de zintuigen zwak zijn en geplaagd worden door obstakels. Daarom beginnen we met asana. Door dagelijkse beoefening, gecoördineerd met adem en aandacht, wordt het lichaam stabieler. Naarmate de practice zich verdiept, worden ook de andere ledematen toegankelijker.
Yama en niyama worden in de Ashtanga methode niet apart onderwezen. Ze worden gaandeweg zichtbaar in de ervaring van de practice zelf.
Er zullen momenten zijn waarop de practice vanzelf lijkt te gaan, en momenten waarop zij meer vraagt. Dat hoort bij een pad dat zich over langere tijd ontvouwt.
Als er vragen zijn, of als je ergens tegenaan loopt, kom dan gerust naar ons toe. We kijken graag met je mee.
Februari 2026
De zintuigen en prana
Een verhaal uit de Prashna Upanishad over de zintuigen en prana, en wat het ons vertelt over de ademhaling in de Ashtanga practice.
Het verhaal
De zintuigen van het lichaam begonnen ooit te discussiëren over wie het belangrijkst was. "Ik ben het belangrijkst," riep de spraak. "Nee, ik," zeiden de ogen. De oren, de geest en alle andere zintuigen claimden ook de hoogste positie.
Ze besloten: "Laten we het testen. Elk zintuig verlaat het lichaam voor één jaar. Wie het meest gemist wordt, wint."
De spraak vertrok en het lichaam leefde verder als iemand die niet kan spreken. De ogen vertrokken en het leven ging verder als iemand die blind is. De oren vertrokken en men leefde als iemand die doof is. De geest vertrok en men leefde als een onwetende, maar leefde nog steeds.
Maar toen prana zich voorbereidde om te vertrekken, voelden alle organen dat zij ook werden meegetrokken, alsof zij allemaal aan prana vastzaten en samen werden weggetrokken.
"Stop," riepen ze in paniek. "Jij bent de belangrijkste. Zonder jou kunnen wij niet bestaan."
En zo leerden de zintuigen dat prana de basis is waarop alles rust.
De adem als graadmeter
Je kunt prana zien als levenskracht. De adem is de meest directe toegang daartoe. Daarom leggen we in Ashtanga zoveel nadruk op de adem, en op het moment waarop adem en beweging samenkomen.
Omdat we in Ashtanga zo met de adem werken, is de adem een duidelijke graadmeter. Alleen merken we het niet altijd meteen. Bij vermoeidheid, afleiding of meer intensiteit gaan we vaak kleiner ademen of houden we de adem even vast zonder het te merken. Dan wordt de beoefening meer inspanning dan adem. Dan helpt het om even terug te gaan naar een adem die vrij kan stromen, en van daaruit verder te gaan.
De lichamelijke kant
Er is ook een lichamelijke kant aan dit verhaal. Ademhaling wordt sterk beïnvloed door hoe het lichaam georganiseerd is.
Als het bekken gewoonlijk naar achteren gekanteld is of juist naar voren gekanteld, voelt de ademhaling vaak meer beperkt aan en wordt hij korter. Lang zitten kan hieraan bijdragen, net als houdingsgewoonten of het voortdurend aanspannen van de buik. Veel mensen, vooral vrouwen, hebben geleerd om de buik jarenlang in te houden zonder zich daarvan bewust te zijn. Na verloop van tijd beperkt dit de natuurlijke beweging van de ribben en het middenrif.
Wanneer het bekken, de ribben en de wervelkolom zich vrijer kunnen bewegen, wordt ademen meestal makkelijker zonder extra moeite. Ondersteunend werk kan helpen om die voorwaarden te creëren. Het gaat om eenvoudige mobiliteit en stretching voor heupen, bekken, wervelkolom en ribbenkast, zodat de adem meer ruimte krijgt.
Januari 2026
Vijftien teksten voor het nieuwe jaar
Een terugblik op 2025, de kerstlunch, en alle teksten uit de enveloppen die jullie die dag kozen.
2025 was voor ons een bijzonder jaar. We zijn verhuisd naar onze nieuwe locatie, hebben het rooster aangepast naar alleen ochtendlessen, en hebben veel nieuwe gezichten mogen verwelkomen op de mat. Jullie hebben meegedacht en zijn blijven komen, ook toen alles anders was dan gewend. Hiervoor willen wij jullie van harte bedanken.
We wensen jullie een heerlijk 2026, vol tapas en svadhyaya (en als we tapas zeggen, bedoelen we niet de Spaanse hapjes).
De kerstlunch en de "persoonlijke" berichten
Zaterdag 20 december hebben we het jaar samen afgesloten met een kerstlunch na de les. Iedereen nam iets mee, van soep tot gevulde eieren tot zoete cakes en gebak.
Na de lunch kregen jullie een klein tasje en konden jullie zelf een envelop kiezen. In iedere envelop zat een unieke tekst uit één van deze oude geschriften: de Yoga Sutra's, de Bhagavad Gita en de Upanishads. We hoopten natuurlijk dat jullie precies de tekst zouden kiezen die op dat moment veel betekenis had.
Want dit gebeurt vaker met zulke diepzinnige teksten. Je slaat een boek open op een willekeurige pagina en leest precies wat je dan moet lezen. Eén van de teksten op de kaartjes gaat hier eigenlijk over: "Aan wie het Zelf zich openbaart, aan die wordt het gekend." De tekst openbaart zich wanneer je er klaar voor bent.
Hieronder staan alle vijftien teksten. Lees ze rustig door, wellicht zijn er andere teksten die opvallen of op dit moment iets voor je betekenen.
De teksten
Patanjali, Yoga Sutra's 1.2 en 1.12
"Yoga is het tot rust komen van de bewegingen van de geest." "Het tot rust komen van de bewegingen van de geest wordt bereikt door practice en ongehechtheid."
'Bewegingen van de geest' zijn alle vormen van mentale activiteit: gedachten, verbeelding, herinneringen. 'Practice' is alle inspanning gericht op stabiliteit van de geest. 'Ongehechtheid' betekent loslaten van verlangens en afkeer.
Patanjali, Yoga Sutra's 1.14
"Yoga practice wordt stevig verankerd wanneer zij lange tijd wordt beoefend, zonder onderbreking, en met oprechte toewijding."
Patanjali, Yoga Sutra's 2.1
"Yoga in de praktijk bestaat uit tapas, svadhyaya en ishvara-pranidhana."
Tapas betekent discipline en toewijding. Svadhyaya is zelfstudie, zowel studie van de geschriften als jezelf bestuderen. Ishvara-pranidhana duidt op toewijding of overgave aan Ishvara.
Krishna, Bhagavad Gita 2.47
"Je hebt recht op handelen, maar niet op de vruchten van dat handelen. Laat het resultaat niet je motief zijn en trek je ook niet terug uit handelen uit gehechtheid of angst."
Met 'handelen' wordt hier dharma bedoeld: onze rol, onze verantwoordelijkheden in het leven. In de Ashtanga practice zien we hetzelfde principe terug. Als we een commitment hebben gemaakt om op bepaalde dagen te practicen, dan gaan we. Niet afhankelijk van onze motivatie of omdat we een bepaald resultaat willen behalen, maar gewoon omdat we dat commitment hebben gemaakt.
Krishna, Bhagavad Gita 2.48
"Stevig staand in yoga, verricht je handelingen zonder gehechtheid, gelijkmoedig in succes en falen. Deze gelijkmoedigheid wordt yoga genoemd."
'Handelen' verwijst ook hier naar dharma, je verantwoordelijkheden. Het uitvoeren van die handelingen met gelijkmoedigheid (dezelfde rust bij succes als bij falen) wordt yoga genoemd.
Krishna, Bhagavad Gita 6.25
"Breng de geest stap voor stap tot rust, met geduld en standvastigheid, en richt de aandacht in één duidelijke richting."
Dit vers staat in het meditatiehoofdstuk en beschrijft hoe je de geest tot rust brengt: door geduld, standvastigheid en gerichte aandacht.
Krishna, Bhagavad Gita 6.26
"Wanneer de rusteloze geest afdwaalt, breng hem rustig terug en plaats hem opnieuw in de gekozen richting."
Afdwalen hoort bij meditatie. De practice is het steeds weer terugbrengen van de aandacht in de gekozen richting.
Svatmarama, Hatha Yoga Pradipika 1.67
"Zoals leeuwen, olifanten en tijgers geleidelijk worden getemd, zo wordt ook de adem langzaam en zorgvuldig gereguleerd door yoga practice."
Een waarschuwing: de adem is krachtig. Forceer pranayama niet, want dat kan schade aanrichten. Geleidelijk en met geduld, zoals bij het temmen van wilde dieren.
Krishna, Bhagavad Gita 6.17
"Yoga is niet voor wie te veel eet en niet voor wie te weinig eet, niet voor wie te veel slaapt en niet voor wie te weinig slaapt. Voor wie in balans is in eten, ontspanning, werk en slaap, vermindert yoga het lijden."
Yoga vraagt om balans in het dagelijks leven. Krishna zegt letterlijk: yoga is niet voor extremen.
Krishna, Bhagavad Gita 6.5
"Verhef jezelf door eigen inzet, en laat jezelf niet wegzakken in moedeloosheid. De geest kan een vriend zijn of een vijand."
Je geest is niet goed of slecht, hij is een gereedschap. Hij kan je helpen of tegenwerken, afhankelijk van hoe je ermee omgaat.
Patanjali, Yoga Sutra's 1.33
"Door vriendelijkheid tegenover wie gelukkig is, mededogen tegenover wie lijdt, vreugde tegenover wie zuiver handelt en gelijkmoedigheid tegenover wie dat niet doet, wordt de geest rustig."
Patanjali geeft hier vier sleutels voor vier sloten: hoe we de geest rustig houden in verhouding tot anderen.
Katha Upanishad 1.3.3–4
"Het Zelf is de passagier, het lichaam is de wagen. Het verstand is de menner (koetsier), de geest de teugels. De zintuigen zijn de paarden en hun objecten de wegen die zij gaan. Wie dit begrijpt, bereikt de bestemming."
Het Zelf is de getuige die niet handelt. Het verstand is de koetsier die beslissingen neemt. De geest zijn de teugels waarmee het verstand de zintuigen stuurt. De paarden zijn van nature wild en zoeken naar prikkels.
Katha Upanishad 1.2.23
"Het Zelf wordt niet verkregen door onderricht, niet door verstand en niet door veel horen. Aan wie het Zelf zich openbaart, aan die wordt het gekend."
Het Zelf laat zich niet leren of begrijpen met het verstand. Het openbaart zich.
Krishna, Bhagavad Gita 4.38
"Er is niets dat zo zuiverend is als inzicht. Dit inzicht ontstaat met de tijd bij wie standvastig oefent in yoga practice."
Met 'inzicht' wordt hier jñāna bedoeld: directe, innerlijke kennis van de werkelijkheid.
Pattabhi Jois
"Practice and all is coming." "Ashtanga yoga is 99% practice en 1% theorie."
December 2025
Werken aan wat blijft schuren
Over plekken in het lichaam die steeds terugkomen, en wat je op en buiten de mat kunt doen.
De Ashtanga practice werkt op veel niveaus. We worden sterker, flexibeler, we leren ademhalen en onze aandacht te focussen. We leren onszelf beter kennen en reageren minder op onze voorkeuren en afkeren. Eigenlijk oefenen we alle acht ledematen waar Patanjali over spreekt in de Yoga Sutra's.
De practice doet veel voor ons. Maar soms merken we dat bepaalde gebieden ons problemen blijven geven, zoals pijn in onze gewrichten of gebieden die vast of zwak aanvoelen. Veel van deze dingen kunnen we in de practice zelf aanpakken, maar bij grotere fysieke problemen die disbalansen in ons lichaam veroorzaken, moeten we er misschien ook buiten de mat tijd aan besteden.
Ik heb dit met mijn polsen. Ze hebben weinig mobiliteit, en omdat we veel druk op onze handen zetten in de practice, voelde ik dat ik ze zwakker maakte in plaats van sterker en compenseerde met mijn schouders. Nu doe ik twee keer per dag oefeningen om mijn polsen en onderarmen te versterken en de mobiliteit te vergroten, en ik pas aan hoe ik deze houdingen doe zodat de practice op de lange termijn goed voor me is.
Op en buiten de mat
De meesten van ons hebben zoiets. We kunnen eraan werken, zowel in de practice als erbuiten. In de practice besteden we meer aandacht aan hoe we bepaalde bewegingen doen en passen we aan waar nodig.
Buiten de practice kunnen we dingen doen zoals lichte rekoefeningen voor het slapengaan gericht op deze zwakkere gebieden, een roller gebruiken voor pijnlijke spieren, of ze masseren met olie. We kunnen ook dingen integreren in ons dagelijks leven, zodat het geen extra tijd kost. Voor strakke heupen kunnen we bijvoorbeeld hurken terwijl we 's ochtends koffie drinken, in Baddha Konasana zitten tijdens het tv kijken, of met gekruiste benen zitten wanneer we maar kunnen. Hebben we last van onze onderrug, dan kunnen we gedurende de dag letten op onze houding.
Deze practice is onze eigen weg. De leraar is er om te begeleiden, om te helpen uitzoeken wat er aan de hand kan zijn, maar er is ook verantwoordelijkheid aan onze kant. We moeten opmerken waar ons lichaam blijft worstelen, waar dezelfde pijn blijft terugkomen, en dan ofwel zelf eraan gaan werken of het bespreken zodat we samen een plan kunnen maken.
"If we don't do the right things, the right things won't happen." Sadhguru
Wanneer we zo werken, met intelligentie, geduld en consistentie, wordt de practice plezieriger en worden houdingen die onmogelijk leken mogelijk.
November 2025 · English
Patanjali and the mantras
Who is Patanjali, and why do we chant to him in the opening mantra of Ashtanga Yoga? And what do we wish for in the closing mantra?
Patanjali is often seen as 'the father of yoga'. Around 2000 years ago, he was likely the first person to document the science of yoga as we know it. He did this in 196 short verses (sutras) written in Sanskrit. The literal translation of 'sutra' is 'thread'. These short verses are connected and together form a thread that helps us understand yoga as a system of inner transformation.
The opening mantra
Vande gurūṇāṁ caraṇāravindeI bow to the lotus feet of the teachersSandarśita svātma sukhāvabodhewho show the path to knowing the joy of the true selfNiḥśreyase jāṅgalikāyamānethey act like jungle physicians, bringing deep well-beingSaṁsāra hālāhala mohaśāntyaito quiet the delusion caused by the poison of samsaraĀbāhu puruṣākāraṁwith human form from the shoulders upŚaṅkha cakrāsi dhāriṇamholding a conch, a wheel, and a swordSahasra śirasam śvetamwith a thousand bright headsPatañjaliṁ praṇamāmiI bow to Patañjali
The mantra describes teachers as "jungle physicians" (jāṅgalikā), specialists who treat poisonous snake bites. This connects directly with the line about quieting "the poison of samsara".
Samsara is a core concept in several Eastern religions. The literal translation of the Sanskrit word samsara is 'wandering through'. It refers to the continuous cycle of birth, death, and rebirth that continues due to karma until a person achieves liberation, moksha or nirvana.
Just as a jungle physician neutralizes deadly venom, the guru neutralizes the poison of delusion that keeps us trapped in this cycle of suffering.
The snake imagery appears again when Patanjali is described with a thousand bright heads. This connects him to Ananta (meaning "infinite"), the divine cosmic serpent upon whom Lord Vishnu rests in the cosmic ocean between cycles of creation and destruction.
The three objects Patanjali holds further link him to Vishnu. The conch represents divine sound and the breath of Om. The wheel represents the cycles of time and samsara. The sword represents viveka, the clarity that cuts through illusion to reveal truth.
While this mantra specifically honors the spiritual teachers in the yoga lineage, it can also remind us of all the 'gurus' in our lives. Anyone or anything that has helped us move from darkness to light, from ignorance to understanding.
The closing mantra
The closing mantra of Ashtanga Yoga is called the Mangala Mantra, which literally means 'Blessing Mantra'. In the opening mantra we show gratitude for the teachers and teachings that brought us where we are now. In the closing mantra, we take this feeling of being blessed and extend it to all others, wishing peace, justice, and well-being everywhere.
Svasti prajābhyaḥ pari pālayantāmMay the well-being of all people be protectedNyāyena mārgeṇa mahīṁ mahīśāḥMay the rulers of the earth govern with justiceGo brāhmaṇebhyaḥ śubham astu nityamMay there be eternal auspiciousness for cows and BrahminsLokaḥ samastaḥ sukhino bhavantuMay all beings everywhere be happyOṁ śāntiḥ śāntiḥ śāntiḥOm, peace, peace, peace
In ancient Indian society, cows were sacred animals essential for agriculture, milk, rituals, and daily life, while Brahmins were the priests and scholar class responsible for preserving knowledge. So a wish for eternal auspiciousness to cows and Brahmins can be seen as a wish for auspiciousness to agriculture and to those in pursuit of (spiritual) knowledge.
The three shantis at the end are often seen to represent peace from three types of suffering: from our own minds, from other beings, and from forces beyond our control (like natural disasters). By chanting it, we wish complete peace on all levels.